• We schrijven zaterdag 3 november. Vorige week de eerste overwinning. Vandaag wacht Kagia uit. Ik word wakker voor de wekker. Het is fris in huis. Ik open de gordijnen en zie het ochtendgloren. Mijn tas staat naast me. Had ik gisteravond al ingepakt. Ik wil vandaag vlammen. Wie ik ben? Mijn naam is Thomas LoMonaco, en dit is mijn verhaal.

    Ik neurie mijn lievelingsliedje op de fiets. Doe ik altijd. Ik zou het geen bijgeloof willen noemen, het werkt namelijk vaak niet eens. Hé, daar zie ik groene tassen. Even staan op de pedalen. Ja! Ik ontwaar daar het peloton van SEV 2. Och ik zie Nella, met zn prachtige voorzet. En Lucas fietst er ook bij. Uiteraard met Stan op de bagagedrager en Guus in het zitje op het stuur. En daar is Sandro, die altijd in de bosjes wacht tot 1 minuut voor verzameltijd en dan snel aan komt rijden. Jouke heeft z’n aanvoerdersband al om. Onderdeel van zijn identiteit geworden. Roel Vogel fietst naast hem, luisterend naar Justin die vertelt hoe het allemaal tegenzat op Fifa die ochtend. De laatste 2 in het fietsgroepje zijn Jeffrey en Bas, die elkaar vertellen hoe het bij Justin allemaal tegenzat die ochtend op Fifa. In de kantine valt het gelijk op. Björn is er niet. Vader geworden gister. Dus het is gepermitteerd. Wie zitten er al wel? De jongens met een rijbewijs. Reno heeft zijn aanvoerdersband al om. Is nou eenmaal onderdeel van zijn identiteit geworden. Jordi voelt nog eens aan zijn verstandskies. Althans, de plek waar die ooit zat. Gek dat je zoiets dan ineens gaat missen als het er niet meer is. Kevin schreeuwt nog wat door de kantine tegen een toevallige passant. Of nouja passant, Jeroen Meulink zonder helm. Maar dan is hij lastiger te herkennen. Bij het raam zit Jorrit. Hij eet een broodje ei. Leuke gozer altijd. Ze vergelijken mij wel eens met hem. Maar zo wil ik niet denken. Ik ben Thomas, Jorrit is Jorrit. Vanmorgen wenste mijn vriendin me nog good luck. Ook vroeg ze nog of Jorrit weer meedeed. Hoe ze hem kent is mij een raadsel maar ik vind het wel leuk dat ze interesse toont in mijn team. Al kent ze eigenlijk alleen maar Jorrit’s naam. Nouja, ik moet er niks achter zoeken. Het is tijd voor de lange rit naar Kagia. Dit heet het wedstrijdverslag. Wellicht leuk als ik voor de vaste lezers ook wat over de wedstrijd vertel.

    Zoals zo vaak mocht SEV aftrappen. Van begin tot eind is het een rommelige wedstrijd geweest. Goed gevoetbald werd er zelden. Hard gewerkt des te meer. In de openingsfase wist Sev een paar keer goed gebruik te maken van de ruimte achter de verdediging van Kagia. Dit leidde uiteindelijk ook tot de 0-1 van Justin. 1 op 1 met de lange doelverdediger wist hij de bal er na wat schermutselingen in te krijgen. De rest van de eerste helft was het standhouden en tegenhouden voor Sev. Niet dat ik Kagia zo goed vond, alleen wij van Sev waren slordig met de bal. De bal leek wel een boemerang. Als hij werd weggeschoten kwam hij vanzelf weer terug. In de rust werd er wat gediscussieerd. Hoe zouden we het oppakken in het tweede bedrijf? Ondanks onze goede bedoelingen kon Kagia toch tweemaal scoren. Eerst door halfslachtig verdedigen, vervolgens uit een corner. Het gekke was dat de 2-1 wel het betere spel van SEV inluidde. Er werd verzorgder gespeeld en er kom gevaar van de flanken gesticht worden. Dit heeft een aantal dotten van kansen opgeleverd, maar de bal ging er maar niet in. Was het niet Johan Cruijff die zei “soms moet er iets gebeuren voor er iets gebeurt”. Vandaag gold dat zeker. Kagia ontving een rode kaart na een trappende beweging bij een dode-spel-situatie. Onduidelijk was wie nou wie getrapt had. Niels hield vol getrapt te worden. De Kagist hield vol niet te trappen. De scheidsrechter trok de rode prent. Het betekende het startsein van een slotoffensief van SEV. Ik keek naar de kant waar Joey stond te gebaren dat ik, Thomas LoMonaco, de spits in moest. Het pinch-hitter plan werd uit de kast gehaald. Ik keek nog even naar Jorrit, die geacht werd mijn taak achterin over te nemen. Hij knikte naar me. Alsof hij wilde zeggen “Je hebt mijn zegen jongen. Ga naar voren en sticht oorlog. Je bent er klaar voor. Zeg maar niets, het is goed zo. We hebben vertrouwen in je. Sterven is de dag dat het leven waard is. Het komt nu aan op het zweet op ons voorhoofd en de kracht van onze rug. What shall we die for?” Anyway, het spel ging door en uiteindelijk was het Kevin die zijn maatje 46 tegen de bal aan wist te zetten na een bal die hij tegen de keeper aan had geschoten. 2-2. Toch wilde Sev meer. Helaas is het hierbij gebleven. Na nog wat mogelijkheden onbenut te laten.

    In de auto terug keek ik uit het raam. Ik zag akkers en kanalen. Een opstijgend vliegtuig. Jan Mulder die het gaspedaal even flink intrapt en brutaal de ingehaalde auto’s in kijkt. Van te voren lijkt een punt uit bij de nummer 2 een mooi resultaat. Toch blijft het gevoel dat er meer ingezeten had als er beter gespeeld was. Nou ja. Straks weer skypen. Het is nu half 2 in Amerika. Misschien moet ik twee horloges kopen. Dan hoef ik nooit meer om te rekenen. Alhoewel, kerst komt er ook weer aan. Ik kan het dan ook vragen. Ik kijk voorruit naar de rest van mijn avond. Eerst lekker een warme maaltijd. Dan Kobe’s greatest moments opzoeken op Youtube en dan zal ik Het Verslag schrijven. Zondagochtend 10 uur zal mijn Verslag weer gepubliceerd worden. Groen-wit Leidschendam zal weer gretig het laptopje open klappen. “Sst schat, nu even niet. SEV 2 heeft weer gespeeld”